Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 maart 2012
Alinea 77 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 maart 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 maart 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1099.
4.2. Naar het oordeel van het Hof kan de omstandigheid dat de aanslag na de aanslagtermijn is opgelegd, evenwel niet aan belanghebbende worden tegengeworpen. De termijn van artikel 11 van de AWR strekt er immers toe belastingplichtigen te garanderen dat zij binnen een redelijke termijn hun belastingafrekening ontvangen. Tevens sluit zij geschillen uit over de vraag tot welk tijdstip een primitieve aanslag kan worden opgelegd. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de driejaarstermijn niet van openbare orde is. Wordt een aanslag opgelegd na verloop van de termijn, dan is deze aanslag daarmee niet van rechtswege nietig. De belastingplichtige moet expliciet een beroep doen op het vervallen van de bevoegdheid een aanslag op te leggen. Nu belanghebbende een dergelijk beroep niet heeft gedaan, is de aanslag tijdig opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e670a9722c45bdd9d5280907e4c4a330d7386aa2779e220c2db90ad315c680a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e670a9722c45bdd9d5280907e4c4a330d7386aa2779e220c2db90ad315c680a, en de alinea staat in dat document op bytes 20502 tot 21352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e670a9722c45bdd9d5280907e4c4a330d7386aa2779e220c2db90ad315c680a | shasum -a 256