Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012

Alinea 44 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4064.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 februari 2011 (LJN BM6898) overwogen dat artikel 8, tweede lid, Lpw geen inbreuk maakt op artikel 9 EVRM en artikel 2 P1 EVRM. Het oordeel van de Hoge Raad komt er in de kern op neer dat vrijstelling als bedoeld in artikel 5 onder b. Lpw verder gaat dan de genoemde verdragsbepalingen vereisen. Het staat de inschrijvingsplichtige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Lpw immers vrij de jongere, indien binnen redelijke afstand geen school is te vinden waartegen geen richtingbezwaren bestaan, elders in het land voor een school in te schrijven of zelf een dergelijke school op te richten, dan wel om hem na schooltijd en in het weekend onderwijs te laten volgen dat in overeenstemming is met zijn levensbeschouwing. Anders gezegd: vrijstelling als bedoeld in artikel 5 onder b. Lpw is niet cruciaal voor eerbiediging van artikel 9 EVRM en artikel 2 P1 EVRM. De Hoge Raad verbindt aan dat oordeel de conclusie dat artikel 8, tweede lid, Lpw evenmin inbreuk maakt op bedoelde verdragsbepalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b150bc8d73348b232378aac1b7d6dc4379a7a5971517f99eeac2061139eff0f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b150bc8d73348b232378aac1b7d6dc4379a7a5971517f99eeac2061139eff0f0, en de alinea staat in dat document op bytes 16009 tot 17059.