Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012

Alinea 45 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4064.

Het hof is evenwel van oordeel dat de conclusie, die het hof onderschrijft, dat vrijstelling als bedoeld in artikel 5 onder b. Lpw niet vereist is om de vrijheid van religie als bedoeld in artikel 9 EVRM en artikel 2 P1 EVRM te garanderen, niet afdoet aan de mogelijk (zelfstandige) strijdigheid met die verdragsbepalingen van artikel 8, tweede lid, Lpw. In het onderhavige geval levert echter naar het oordeel van het hof ook de beperking van artikel 8, tweede lid, Lpw van de vrijstelling als bedoeld in artikel 5 onder b. Lpw zelf geen inperking van genoemde verdragsrechten op en is van een inbreuk op de vrijheid van religie, al dan niet in het kader van scholing zoals bedoeld in artikel 2 P1 EVRM, geen sprake. Het staat eenieder, ook verdachte, vrij om van religie te veranderen of scherper in zijn of haar overtuiging te worden. Het gevolg daarvan, althans waar zich die verandering uit in een richtingbezwaar dat eerder kennelijk niet bestond, is enkel dat geen succesvol beroep op vrijstelling als bedoeld in artikel 5 onder b. Lpw mogelijk is. De onmogelijkheid daartoe staat er echter niet aan in de weg het religierecht ten volle uit te oefenen. Nog steeds staat het de inschrijvingsplichtige immers vrij om de jongere zelf aanvullend onderwijs te geven, hem op een andere school (al kan die op grotere afstand zijn gelegen) te plaatsen dan wel zelf een school op te richten. Van enige daadwerkelijke beperking van door artikel 9 EVRM en artikel 2 P1 EVRM beschermde rechten en vrijheden is derhalve geen sprake. Slechts indien al deze alternatieve mogelijkheden op zichzelf en gecombineerd onvoldoende tegemoet komen aan de eigen godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging en in die zin dus bezwaarlijk zijn, zou het niet toestaan van thuisonderwijs een inbreuk op artikel 9 EVRM en artikel 2 P1 EVRM kunnen impliceren. Het is naar het oordeel van het hof echter aan de verdediging om geadstrueerd en aannemelijk uiteen te zetten dat en waarom de genoemde alternatieve mogelijkheden feitelijk dermate tekortschieten dat niet aan de eisen van de eigen godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging tegemoet wordt gekomen. In het onderhavige geval is dat niet gebeurd, zodat dit onderdeel van het verweer faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b150bc8d73348b232378aac1b7d6dc4379a7a5971517f99eeac2061139eff0f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b150bc8d73348b232378aac1b7d6dc4379a7a5971517f99eeac2061139eff0f0, en de alinea staat in dat document op bytes 17079 tot 19327.