Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012

Alinea 47 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 april 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4064.

Hiervoor zette het hof reeds zijn oordeel uiteen dat in het onderhavige geval geen sprake is van een beperking van de door artikel 9 EVRM en artikel 2 P1 EVRM gegarandeerde rechten. Op de eerder uiteengezette gronden kan niet worden gezegd dat van enige daadwerkelijke beperking sprake is. Gevolg van artikel 8, tweede lid, Lpw is ontegenzeggelijk dat in bepaalde gezinnen de ene jongere wel en de andere jongere niet onder vrijstelling valt. Dit onderscheid is evenwel terug te voeren op een objectieve en redelijke rechtvaardiging. Reeds omdat geen sprake is van gelijke gevallen, het ene kind is immers eerder ingeschreven geweest voor een school waartegen bedenkingen bestaan, het andere is dat niet, valt niet in te zien waarom het onderscheid in strijd zou komen met artikel 14 EVRM. Daarbij is opnieuw relevant dat de inschrijvingsplichtige voor de jongere ten aanzien van wie geen beroep kan worden gedaan op artikel 5 onder b. Lpw, de eerder genoemde alternatieven kan benutten. Van enig ongerechtvaardigd onderscheid is naar het oordeel van het hof geen sprake, zodat ook dit onderdeel van het verweer dient te worden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b150bc8d73348b232378aac1b7d6dc4379a7a5971517f99eeac2061139eff0f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b150bc8d73348b232378aac1b7d6dc4379a7a5971517f99eeac2061139eff0f0, en de alinea staat in dat document op bytes 20175 tot 21326.