Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 mei 2012
Alinea 263 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 mei 2012
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 mei 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6505.
[P] zei dat het hem het beste leek dat hij eerst een schilderij aan mij zou verkopen en als dat dan goed zou gaan de rest zou volgen. [P] zei dat ik er dan maar een van de vier moest kiezen. Ik, A-1303, zei dat ik over vijf sprak en geen vier. [P] zei dat het er vijf waren, maar dat hij de beste als laatste wilde houden en dat hij deze dus niet meerekende. [P] zei dat dat die ‘Jan’ was. [P] zei dat we na de koop van die eerste ergens anders heen moesten rijden om die andere te bekijken. [P] zei dat het gewoon boter bij de vis was en dat dat heel normaal was. Ik, A-1303, vroeg wat voor prijs hij dan voor die ene in gedachten had. Ik, A-1303, zag dat [P] op een bierviltje onder elkaar 1, 2, 3, 4 en 5 schreef en op een papiertje, wat [V] voor hem gehaald had, 1 met daarachter Chanel schreef. Ik, A-1303, zei dat [P] wel dokter had kunnen worden en vroeg wat hij nou opschreef. [P] zei dat hij ze parfums noemde. [P] zei dat hij tweehonderdvijftigduizend euro voor die ene wilde hebben. Ik, A-1303, vroeg welke zekerheid dat ik na die ene zou hebben dat [P] nog met die andere zou komen. [P] zei dat hij die zekerheid gaf. Ik, A-1303, zei dat ik niet van plan was om heen en weer te gaan rijden en dat ik ze het liefst tegelijk wilde hebben of kort na de eerste. [P] zei dat hij eerst met zijn vader moest overleggen en vroeg hoe ik het dan wilde afspreken. Nadat [P], [V] en ik, A-1303, nog wat over de verschillende mogelijkheden hadden gesproken, spraken wij af dat hij aan zijn vader zou voorleggen om het in een hotel te doen. Wij spraken af dat [P] een schilderij in een kamer zou zetten en dat ik, A-1303, met mijn Engelse vriend dit schilderij op echtheid en conditie zouden controleren waarna ik, A-1303, na goed vinden, [V] honderdvijftigduizend euro zou betalen. Vervolgens zou [P] dan in een andere hotelkamer de overige vier schilderijen wegzetten waarna deze na goed vinden ook aan [V] betaald zouden worden. [P] zei dat hij wilde hebben dat [V] het geld zou tellen met een machientje in weer een andere kamer. [P] zei dat die kamers dan op verschillende namen moesten staan. Ook spraken [P] en ik, A-1303, af elkaar maandag 7 april om twee uur weer bij La Cour te zien. [P] zei dat hij dan zou weten hoe, waar en wanneer het zou gaan gebeuren. […] Ik, A-1303, vroeg aan [P] hoe de conditie was waarop [P] zei dat ze nog in diezelfde dingen zaten als waar ze in weg waren gehaald. […] Nadat [P] mij, A-1303, en [V] een hand had gegeven, liep hij in de richting van de uitgang. […] Omstreeks 14.45 uur zag ik, A-1303, dat [P] lunchroom La Cour verliet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ac451bd630c9a0c1c0ef7fe07d7afcdd9bbb4ef761a2994595bdd339346614b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ac451bd630c9a0c1c0ef7fe07d7afcdd9bbb4ef761a2994595bdd339346614b, en de alinea staat in dat document op bytes 99904 tot 102501.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ac451bd630c9a0c1c0ef7fe07d7afcdd9bbb4ef761a2994595bdd339346614b | shasum -a 256