Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 mei 2012

Alinea 40 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 mei 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 mei 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BW7828.

Zijdens de verdachte is vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde bepleit. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de opsporingsambtenaren onrechtmatig zijn binnengetreden, nu zij hebben verzuimd zich voorafgaand aan het binnentreden te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden, hetgeen in strijd is met het bepaalde in artikel 1 van de Algemene wet op het binnentreden (hierna te noemen: Awbi). Bovendien, zo heeft de raadsman betoogd, kan gelet op die verzuimen de impliciete toestemming van de verdachte om binnen te treden niet gelden als een duidelijke en ondubbelzinnige toestemming om binnen te treden in de zin van artikel 1 lid 4 van de Awbi. Dit alles tezamen is te beoordelen als een vormfout als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering en gelet op het belang dat het geschonden vormvoorschrift dient, een essentiële waarborgnorm ter bescherming van de huisvrede en het privéleven van de bewoner, dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting van alles wat in de woning is aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c5983359f4f7f19e3e524b0130968a5e4e6d756f4b2f89a989cfaf5a0394871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c5983359f4f7f19e3e524b0130968a5e4e6d756f4b2f89a989cfaf5a0394871, en de alinea staat in dat document op bytes 11920 tot 12984.