Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012

Alinea 87 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7115.

In zijn hiervoor vermelde arresten van 4 mei 2007 overwoog de Hoge Raad over de strekking van het bepaalde in art. 3:300 lid 2 BW (r.o. 3.4 resp. r.o. 3.3.1 voormelde arresten): “Het voorschrift van art. 3:301 lid 2 BW dat het rechtsmiddel van verzet, hoger beroep en cassatie binnen acht dagen na het instellen daarvan moet worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister, strekt ertoe dat bij inschrijving van de uitspraak op de voet van art. 3:89 lid 1 BW zoveel mogelijk buiten twijfel wordt gesteld dat op het tijdstip waarop de beroepstermijn verstreek geen rechtsmiddel is ingesteld. Zulks is van belang met betrekking tot de ten aanzien van de verkrijging van registergoederen vereiste rechtszekerheid. De bepaling bewerkstelligt dat de griffier van het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan, bij de afgifte van de in art. 25 Kadasterwet bedoelde verklaring dat hem niet van het instellen van een gewoon rechtsmiddel is gebleken, kan afgaan op het rechtsmiddelenregister. Dat is niet alleen van belang in de in art. 25 lid 1 onder a en b genoemde gevallen, maar ook in het geval waarin de in te schrijven uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (vgl. voor een en ander HR 24 december 1999, nr. C98/161, NJ 2000, 495)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e87abad2b44e1ae5ba8e7330338601701d41206dcbede0ea139d5e9f3c8189. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e87abad2b44e1ae5ba8e7330338601701d41206dcbede0ea139d5e9f3c8189, en de alinea staat in dat document op bytes 18624 tot 19877.