Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012

Alinea 98 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7115.

8.5.5.Het hof verwerpt het verweer van de VVE dat uit het niet tot stand gebracht zijn van een notariële akte in 1993 of vóór 1 februari 1993 zou moeten worden geconcludeerd dat tussen de VVE enerzijds en de HGH en De Boomgaard anderzijds geen overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. [geintimeerden sub 1 t/m 15.] hebben met diverse producties gestaafd gesteld, dat de drie partijen bij de overeenkomst - de VVE, de HGH en, door acceptatie van het te haren behoeve in de overeenkomst opgenomen derdenbeding, De Boomgaard - na de in januari 1993 gemaakte afspraken geheel uitvoering hebben gegeven aan de gemaakte afspraken en dat alleen het opmaken van een notariële akte niet is gerealiseerd. [geintimeerden sub 1 t/m 15.] hebben in dit verband onder meer gewezen op het feit dat de weg in februari 1993 over een oppervlak van 175 m2 op kosten van de HGH en De Boomgaard is verhard en dat op gezamenlijke kosten van De Boomgaard en de VVE onder meer is gezorgd voor vernieuwing van een waterleiding en een gezamenlijke opstelplaats voor afvalcontainers. In een e-mail van 3 augustus 2008 van [lid D. VVE], een van de leden van de VVE, aan ([lid B. VVE]en [echtgenote van lid B. VVE]) [lid B. VVE] (prod. 5 mem.v.antw. [geintimeerden sub 16 en 17.]) valt voorts te lezen: “Het eerste deel van het pad, dus tot aan de container zal ook ten laste van de totale groep van 11 eigenaren (toev. hof: de eigenaren van De Boomgaard en de drie leden van de VVE die voor de toegang van hun percelen gebruik maken van het toegangspad) worden voorzien van doorgroeitegels. [lid B. VVE] en ik willen van die gelegenheid gebruik maken om die tegels ook naar ons deel door te trekken (...).” De VVE heeft bij de in eerste aanleg gehouden comparitie van partijen zelf verder erkend dat tot afsluiting van de toegangsweg per 1 februari 1993 - zoals door haar was aangezegd en de aanleiding was voor de onderhandelingen tussen partijen om tot overeenstemming te komen ten aanzien van het gebruik van de toegangsweg - niet is overgegaan. In het licht van deze feiten en omstandigheden moet de stelling van de VVE dat zij het gebruik van de toegangsweg door [geintimeerden sub 1 t/m 15.] slechts zou hebben gedoogd, worden verworpen. Gezien voormelde feiten en omstandigheden hebben [geintimeerden sub 1 t/m 15.] mogen begrijpen dat hun gebruik van de toegangsweg berustte op de tussen de HGH en de VVE daarover in 1993 bereikte overeenstemming en de instemming van de Boomgaard daarmee. Van haar kant heeft voorts ook de VVE moeten begrijpen dat [geintimeerden sub 1 t/m 15.] bij hun gebruik van de toegangsweg en hun bijdragen in de gezamenlijke kosten ervan zijn uitgegaan van de voor dat gebruik en die kosten gemaakte afspraken. Door de VVE is niet gesteld dat zij, toen zij na 1 februari 1993 niet tot afsluiting van de toegangsweg is overgegaan, expliciet en niet voor misverstand vatbaar aan [geintimeerden sub 1 t/m 15.] kenbaar zou hebben gemaakt dat [geintimeerden sub 1 t/m 15.] niet tot de uitbaning gerechtigd waren en van de toegangsweg alleen gebruik zouden kunnen maken zolang de VVE dat zou gedogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33e87abad2b44e1ae5ba8e7330338601701d41206dcbede0ea139d5e9f3c8189. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33e87abad2b44e1ae5ba8e7330338601701d41206dcbede0ea139d5e9f3c8189, en de alinea staat in dat document op bytes 27634 tot 30754.