Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 augustus 2013

Onder 4.8. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 augustus 2013

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13 augustus 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3756.

Hierbij neemt het hof in aanmerking dat niets is gesteld waaruit volgt dat [geïntimeerde] in 1997 of 1998 al dacht dat de echtgenote en dochter van [appellant] enige rol speelden bij de belegging. [geïntimeerde] stelt niet dat [appellant] destijds iets heeft gezegd of gedaan dat in die richting wijst. Haar stellingen over een dergelijke rol zijn ontleend aan mededelingen (over wie heeft belegd en waar het geld voor de belegging vandaan kwam) die [appellant] heeft gedaan aan de officier van justitie toen hij zich wenste te voegen als benadeelde partij in de strafzaak (hij heeft de desbetreffende formulieren voeging benadeelde partij voor zover van belang als gemachtigde van zijn dochter en echtgenote ingevuld en hij heeft daarbij gemeld dat het belegde geld deels afkomstig was van hen). Deze mededelingen rechtvaardigen niet (zonder nadere toelichting, die ontbreekt) een ander oordeel dan hiervoor is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efc29bbc613adf99abca73a0668255d40ca7895942430d58d392702dbc669d18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efc29bbc613adf99abca73a0668255d40ca7895942430d58d392702dbc669d18, en de alinea staat in dat document op bytes 21838 tot 22773.