Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 september 2013

Alinea 70 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 september 2013

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 september 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:4100.

Het hof stelt op grond van het dossier vast dat [medeverdachte] op 11 maart 2009 voor het eerst een verklaring heeft afgelegd ten overstaan van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant]. Voorafgaand aan dat verhoor was hij als verdachte aangehouden. Het hof merkt op dat uit het politiedossier niet is gebleken dat [medeverdachte] uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend, maar in ieder geval ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn recht op consultatie van een raadsman, terwijl evenmin is gebleken van het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. Het hof is van oordeel is dat de verklaring van de verdachte van 11 maart 2009 in zijn eigen strafzaak niet voor het bewijs gebruikt kan worden. De verklaring van [medeverdachte] mag echter wel als bewijs in de onderhavige strafzaak van [verdachte] worden gebezigd. [verdachte] is namelijk niet getroffen in een verdedigingsbelang dat door het geschonden vormvoorschrift wordt beschermd (terugverwijzing Hoge Raad 19 februari 2013 rov 2.4.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fabe27b4d7950429fc97c2db1038547a8b7484ac3ebd4fe40167109c65b95270. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fabe27b4d7950429fc97c2db1038547a8b7484ac3ebd4fe40167109c65b95270, en de alinea staat in dat document op bytes 28544 tot 29564.