Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 mei 2014
Onder 3.7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 mei 2014
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27 mei 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1501.
Anders dan [appellante] stelt, volgt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 28 juni 1996, NJ 1997, 495, HR 4 april 1997, NJ 1998, 220 en HR 23 april 2004, NJ 2004, 350) dat rolreglementen recht zijn in de zin van art. 79 RO (en dus ook in cassatie kunnen worden getoetst). Voorts is helemaal niet onduidelijk welk orgaan bevoegd is tot het vaststellen van een procesreglement. Volgens artikel 133 Rv is het de rechter die de termijnen voor het nemen van een conclusie vaststelt. Daaruit volgt dat iedere gerecht bevoegd is tot het vaststellen van een voor het eigen gerecht geldend procesreglement.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaeb0983083ccb993005d76c397717d19440868b5171cf7a4ce10c213084421c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaeb0983083ccb993005d76c397717d19440868b5171cf7a4ce10c213084421c, en de alinea staat in dat document op bytes 14966 tot 15585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaeb0983083ccb993005d76c397717d19440868b5171cf7a4ce10c213084421c | shasum -a 256