Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2014
Alinea 104 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2014
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1613.
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 20 maart 2012 te Waalre, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit immers heeft hij opzettelijk daartoe materialen bestemd voor de productie van amfetamine en/of MDMA en/of BMK (1-fenyl-2-propanon) en/of PMK (3,4-methyleendioxyfenyl-propaan-2-on), te weten:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef6a281f3f98bf2e2300a55b0a19015fbbd5b9d75f12243f82a2833e6e7c098. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef6a281f3f98bf2e2300a55b0a19015fbbd5b9d75f12243f82a2833e6e7c098, en de alinea staat in dat document op bytes 27109 tot 27846.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ef6a281f3f98bf2e2300a55b0a19015fbbd5b9d75f12243f82a2833e6e7c098 | shasum -a 256