Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2014

Alinea 144 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1613.

Het hof overweegt dienaangaande dat uit de verklaringen van [medeverdachte 4] blijkt dat verdachte vanaf oktober/november 2010 tot tweemaal toe heeft gevraagd of hij de loods mocht gebruiken en vervolgens in ieder geval op twee verschillende momenten in de loods is geweest. De eerste keer was korte tijd na Nieuwjaar 2011. [medeverdachte 4] heeft toen van zijn moeder gehoord dat de verdachte in de loods bezig was geweest. [medeverdachte 4] zag (onder meer) specifiek opgebouwde apparatuur. Ook heeft hij een terpentine- of ammoniakachtige lucht geroken, die zou kunnen passen bij de geur die vrijkomt bij het omzettingsproces. De tweede keer dat verdachte in de loods was, was de maandag voordat het laboratorium werd aangetroffen. [medeverdachte 4] heeft de dag erna wederom gezien dat er in de loods was gewerkt. Hij zag (onder meer) dat specifieke opstellingen waren afgemonteerd en dat er vloeistof in een vat zat. Op enig moment had verdachte op de vraag van [medeverdachte 4] of hij de rotzooi in de loods wilde opruimen, gezegd dat hij nog twee dagen nodig had om een vat te af te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ef6a281f3f98bf2e2300a55b0a19015fbbd5b9d75f12243f82a2833e6e7c098. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ef6a281f3f98bf2e2300a55b0a19015fbbd5b9d75f12243f82a2833e6e7c098, en de alinea staat in dat document op bytes 36625 tot 37736.