Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juni 2014

Onder 3.4.1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juni 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1900.

Het hof stelt voorop dat voor een provisionele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening op de voet van artikel 223 Rv is vereist (1) dat een bodemprocedure aanhangig is, (2) dat samenhang bestaat tussen hetgeen bij wijze van voorlopige voorziening wordt gevorderd en het gevorderde in de bodemzaak en (3) dat de eiser een belang heeft bij zijn vordering in die zin dat van hem niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. Vervolgens dient het hof, evenals in kort geding, de belangen van partijen af te wegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de bodemzaak en de proceskansen daarin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7f39ef75c2100cb92d7cab6e1671c4194fb4085d5110c011df6af8bd8f5cc65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7f39ef75c2100cb92d7cab6e1671c4194fb4085d5110c011df6af8bd8f5cc65, en de alinea staat in dat document op bytes 25029 tot 25697.