Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2014
Onder 3.17. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2014
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 september 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3636.
Met Dexia is het hof echter van oordeel dat hetgeen [appellanten] in eerste aanleg heeft gesteld over de aanleiding dat [appellante] [appellant] in 2005 informeerde, niet geheel in overeenstemming is met hetgeen [appellanten] in hoger beroep heeft aangevoerd. In eerste aanleg stelt [appellanten] immers dat [appellante] in 2005 het bestaan van de overeenkomst moest opbiechten omdat er een schuld was ontstaan, terwijl de aanleiding om [appellant] te informeren volgens het gestelde in de memorie van grieven was gelegen in het feit dat effectenleasezaken in het nieuws begonnen te komen en zij in verband daarmee tijdens het bezoek van de RVS-adviseur in de lente van 2005 vragen zou hebben gesteld. De stelling van [appellanten] dat [appellante] één en ander in 2005 heeft opgebiecht omdat er een schuld was ontstaan, acht het hof, gezien het feit dat de overeenkomst eerst op 19 juni 2006 (met een restschuld) door Dexia is beëindigd, bovendien niet bepaald aannemelijk. Dexia heeft er voorts terecht op gewezen dat, naar het hof ook ambtshalve bekend is, Dexia en de effectenleaseproblematiek reeds in 2002 uitvoerig in de media is uitgemeten en niet, zoals [appellanten] heeft gesteld, eerst in 2005 in het nieuws gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7aaa6be72f70e42ffd6b7b6601102ee9dad983d8c642b2fa107716a38dba8fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7aaa6be72f70e42ffd6b7b6601102ee9dad983d8c642b2fa107716a38dba8fe, en de alinea staat in dat document op bytes 28709 tot 29953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7aaa6be72f70e42ffd6b7b6601102ee9dad983d8c642b2fa107716a38dba8fe | shasum -a 256