Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014

Onder 4.7.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:511.

16. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat voor toewijzing van een vordering ex artikel 843a Rv niet nodig is dat de inbreuk aannemelijk is, zoals geldt voor toewijzing in kort geding. Dat zou immers niet verenigbaar zijn met het uitgangspunt dat een vordering tot afgifte/inzage van bescheiden ook kan worden ingesteld ter vaststelling van inbreuk. Wel is degene die afgifte/inzage vordert, ook in het kader van het vereiste rechtmatig belang, gehouden redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal ter ondersteuning van zijn vordering over te leggen. Dat valt af te leiden uit artikel 6 van de handhavingsrichtlijn en geldt blijkens het bepaalde in lid 4 van artikel 843a Rv ook voor niet-IE-zaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950, en de alinea staat in dat document op bytes 30150 tot 30876.