Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014

Onder 4.7.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:511.

17. Het hof merkt overigens op dat, gelet op artikel 6 handhavingsrichtlijn, het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2012, LJN: BW9244 en zijn uitspraak (naar aanleiding van aan de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen over bewijsbeslag in niet-IE-zaken) van 13 september 2013 wellicht de lat nog lager moet worden gelegd en voldoende zou kunnen zijn dat de rechtsbetrekking onderbouwd is gesteld. Vergelijk de annotatoren T.S. Jansen (JOR 2013, 30) en E. Verhulp (NJ 2013, 220) bij het arrest van 26 oktober 2012, die komen tot de conclusie dat het vereiste van een rechtsbetrekking (vrijwel) geen zelfstandige betekenis meer heeft naast het vereiste dat de partij die afgifte of inzage vordert daarbij rechtmatig belang heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950, en de alinea staat in dat document op bytes 31670 tot 32417.