Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014
Onder 4.7.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:511.
Naar het oordeel van het hof mist de grief feitelijke grondslag. De door de voorzieningen-rechter aangelegde maatstaf verschilt niet van die aangelegd door het hof Den Haag. Aan het slot van rov. 16 overweegt het hof immers dat van de eiser kan worden verlangd zodanige concrete feiten en omstandigheden aan te voeren dat daaruit ‘een redelijk vermoeden van (dreigende) inbreuk kan volgen’. Dat hof komt daarmee tot dezelfde conclusie als de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter overwoog immers evenzeer, als weergegeven hiervoor in 4.7.1, dat AIB concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit een redelijk vermoeden van (de dreiging van) de inbreuk kan volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950, en de alinea staat in dat document op bytes 33493 tot 34191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950 | shasum -a 256