Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014

Onder 4.7.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:511.

Daarbij komt dat dit hof geen wezenlijk inhoudelijk verschil ziet tussen de maatstaf ‘het voldoende aannemelijk maken van een (dreigende) inbreuk’ of ‘het blijken van een redelijk vermoeden van een (dreigende) inbreuk’. Door AIB wordt het verschil ook niet uiteengezet. Wat daarvan ook zij, het hof is van oordeel dat het in gevallen als de onderhavige, waarin de gestelde rechtsbetrekking/het rechtmatig belang ligt in het voorkomen/stoppen van een (dreigende) inbreuk op een recht van intellectuele eigendom, in de rede ligt aansluiting te zoeken bij de maatstaf die ingevolge artikel 1019b lid 1 Rv geldt voor het leggen van het bewijsbeslag, te weten het voldoende aannemelijk maken van een (dreigende) inbreuk (vgl., in het kader van het bewijsbeslag, HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958, rov. 3.7.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950, en de alinea staat in dat document op bytes 34203 tot 35040.