Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014
Onder 4.5.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:511.
Deze bepaling roept de vraag op of het hof ook bevoegd zou zijn geweest te oordelen op de vordering tot exhibitie van de in beslag genomen bescheiden en thans bevoegd is kennis te nemen van de vordering tot exhibitie uit de administratie. Naar het oordeel van het hof is dat het geval. Er bestond voor AIB geen verplichting om haar exhibitievordering bij wege van incidentele vordering in het bodemgeding bij de rechtbank Den Haag in te stellen (hoewel dat zonder meer praktischer zou zijn geweest). Een exhibitievordering kan als zelfstandige vordering worden ingesteld, ook in kort geding. Een zodanig ingestelde vordering kan niet worden aangemerkt als vordering als bedoeld in de artikelen 70 en 71 ZPW (handhaving van het kwekersrecht). De exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag in zaken van schending van het kwekersrecht staat er derhalve niet aan in de weg dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg de onderhavige exhibitievordering beoordeelt. Daarmee is de bevoegdheid van dit hof gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950, en de alinea staat in dat document op bytes 18445 tot 19478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc7d219d2981d14c80aefca9d30209e752b8f4e9227e6002d8c88cc5849b5950 | shasum -a 256