Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 december 2014

Onder 3.7.1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5348.

Het hof stelt voorop dat tussen partijen vast staat dat op grond van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2014 Momus II over de periode van 1 februari 2006 tot en met 28 februari 2014 een totaal bedrag van € 688.581,71 (inclusief btw) ter zake van huur onverschuldigd heeft betaald aan BDL. In hoger beroep dient de vraag te worden beantwoord of een deel van deze vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling, te weten het deel dat betrekking heeft op de periode van 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2009, op grond van artikel 3:309 BW naar voorshands oordeel als verjaard moet worden beschouwd. Op grond van deze bepaling verjaart een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden en in ieder geval twintig jaar nadat de vordering is ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8bbc73dbdd3afe5e22065ed9a7f6f20df42194fe5443871c5e450940af2677e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8bbc73dbdd3afe5e22065ed9a7f6f20df42194fe5443871c5e450940af2677e, en de alinea staat in dat document op bytes 14805 tot 15779.