Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 december 2014

Onder 4.4 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5486.

Tegen de bewijsopdracht in het tussenvonnis van 25 oktober 2010 zijn geen grieven gericht, zodat deze het hof vooralsnog tot uitgangspunt strekt. Grief 1 van [appellant] richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter over de bewijslevering in het eindvonnis van 8 augustus 2013 (r.o. 2.2 – 2.15) en grief 2 tegen de daarop gebaseerde berekening van winst of voordeel die uitkomt op het bedrag van € 31.250,= (r.o. 2.15). Wat betreft de bewijswaardering heeft de kantonrechter in de desbetreffende rechtsoverwegingen uitvoerig uiteengezet dat en waarom Trudo er in is geslaagd het gevraagde bewijs te leveren. Het hof kan zich hier geheel in vinden en deelt volledig het oordeel van de kantonrechter over de bewijslevering. Zowel hetgeen [appellant] in eerste aanleg in zijn conclusie na enquête naar voren heeft gebracht als hetgeen hij in zijn toelichting op grief 1 aanvoert, doet naar het oordeel van het hof geen afbreuk aan het door Trudo geleverde bewijs en versterkt evenmin het door hem aangedragen tegenbewijs. Op de door de kantonrechter aangegeven gronden heeft, ook naar het oordeel van het hof, te gelden dat aan dat tegenbewijs weinig betekenis kan worden toegekend omdat de verklaringen die in de contra-enquête zijn afgelegd onvoldoende geloofwaardig zijn. [appellant] heeft te kennen gegeven dat hij de door Trudo voorgebrachte getuigen [onderhuurder 1] en [onderhuurder 2] opnieuw wil doen horen, maar het hof gaat hieraan voorbij aangezien [appellant] in eerste aanleg reeds de gelegenheid heeft gehad deze getuigen te bevragen en door hem niet wordt aangegeven wat deze getuigen wanneer zij andermaal zouden worden gehoord meer of anders zouden (kunnen) verklaren dan zij in eerste aanleg reeds hebben gedaan, zowel bij gelegenheid van het getuigenverhoor als in hun schriftelijke verklaringen. Grief 1 wordt daarom verworpen. De berekening van de bedragen die door de onderhuurders aan [appellant] zijn betaald is gebaseerd op de afgelegde getuigenverklaringen en is daarmee naar het oordeel van het hof in overeenstemming. Het hof ziet in hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht geen aanleiding om het bedrag van € 31.250,= naar beneden bij te stellen. Concrete aanknopingspunten daarvoor heeft [appellant] overigens ook niet geleverd. Ook grief 2 wordt verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ec2407dc8d3e1fae084e9e22f0888f6939d52f61ae9bc89b4cb56f51e901f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ec2407dc8d3e1fae084e9e22f0888f6939d52f61ae9bc89b4cb56f51e901f1, en de alinea staat in dat document op bytes 13496 tot 15812.