Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 december 2014
Onder 4.12. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 december 2014
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5508.
De wet stelt aan de ingebrekestelling, behalve dat zij schriftelijk moet geschieden en niet onredelijk laat mag worden gedaan, geen specifieke eisen naar vorm of inhoud. Uit de wetsgeschiedenis kan slechts worden afgeleid dat de ingebrekestelling niet prematuur, dat wil zeggen niet vóór ommekomst van de beslistermijn, kan worden gedaan. Wat de inhoud betreft vermeldt de wetsgeschiedenis alleen de eis dat voldoende duidelijk moet zijn op welk te nemen besluit de ingebrekestelling betrekking heeft. Voorts is daarin opgemerkt dat een (schriftelijke) klacht over het verstrijken van de beslistermijn een geldige ingebrekestelling oplevert (TK 2004/05, 29934, nr. 3, p. 7; TK 2005/06, 30435, nr. 3, p. 17). De eis dat de ingebrekestelling een expliciet ‘aanmanen’ moet bevatten, of dat vermeld moet worden dat de belastingplichtige aanspraak zal maken op een dwangsom, vindt men noch in de wet, noch in de wetsgeschiedenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbb1ff54ebf0e9ef5acd90687e3bb1184334c36457b9f789c50b7583fac081. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbb1ff54ebf0e9ef5acd90687e3bb1184334c36457b9f789c50b7583fac081, en de alinea staat in dat document op bytes 39059 tot 40003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbb1ff54ebf0e9ef5acd90687e3bb1184334c36457b9f789c50b7583fac081 | shasum -a 256