Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 januari 2015
Onder 4.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 januari 2015
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 januari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:14.
Belanghebbendes stelling is ook ongeloofwaardig gelet op de door haar in het onderhavige jaar ontvangen managementvergoeding van ƒ 66.667 en de kosten van de adviesdiensten van ƒ 241.996. Uit de wanverhouding tussen die twee bedragen valt af te leiden dat er geen verband is tussen de advieskosten en de – naar belanghebbende stelt - op die kosten betrekking hebbende BTW belaste opbrengsten. Het feit dat ook in 1997 een bedrag van ƒ 250.000 aan managementvergoeding is ontvangen, maakt die wanverhouding weliswaar kleiner, doch er is nog steeds sprake van een wanverhouding tussen de vergoeding voor managementdiensten en de door belanghebbende betaalde advieskosten, zodat niet aannemelijk is dat de advieskosten in rechtstreeks en onmiddellijk verband staan tot de ontvangen vergoeding. Bovendien zijn de advieskosten voor het verkopen van de aandelen eenmalige kosten, die niet tot de normale exploitatie van de onderneming van belanghebbende behoren, waardoor niet aannemelijk is dat deze kosten in de kostprijs van normale met BTW belaste omzet is opgenomen. Deze advieskosten hebben naar het oordeel van het Hof niets van doen met de overige door belanghebbende gerealiseerde of te realiseren BTW belaste omzet en zijn daarom ook niet als algemene kosten aan te merken. Niet gebleken is dat tussen de adviesdiensten en de voor de heffing van BTW belaste economische activiteiten van belanghebbende een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestond. Daarmee is de aftrek derhalve eveneens uitgesloten. 4.6. Dat belanghebbende zich, naar zij stelt, in de jaren na de verkoop van de aandelen in [H] heeft georiënteerd op de markt en pogingen heeft ondernomen om nieuwe managementactiviteiten te ontplooien, hetgeen haar pas in maart 2003 is gelukt, maakt het oordeel van het Hof niet anders. Niet gebleken is dat deze nieuwe activiteiten enig verband hadden met de activiteiten ten behoeve van [H] - belanghebbende wijst in haar cassatieberoepschrift juist op het concurrentiebeding van vier jaren, dat zij opgelegd kreeg bij de verkoop van de aandelen [H] - of dat er enig verband bestond tussen de adviesdiensten en deze nieuwe activiteiten van belanghebbende. De aandelen in [H] zijn aan een derde verkocht en de Holding is geliquideerd. Van herstructurering zoals bedoeld in het SKF arrest, in de zin van de overdracht van aandelen met het oog op de herstructurering van een groep vennootschappen, die verder gaat dan de enkele verkoop van aandelen, is derhalve geen sprake. Niet gebleken is dat er sprake is van kosten, die deel uitmaken van de algemene kosten van belanghebbende, die als zodanig zijn opgenomen in de prijs van belanghebbendes BTW belaste prestaties in het verleden of na 1998. De op de advieskosten betrekking hebbende omzetbelasting kan niet in aftrek worden gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb036ef0ea72ba96ab505a6717e99e5c7400b22cd7104d529524ca9311c7bae5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb036ef0ea72ba96ab505a6717e99e5c7400b22cd7104d529524ca9311c7bae5, en de alinea staat in dat document op bytes 30913 tot 33777.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb036ef0ea72ba96ab505a6717e99e5c7400b22cd7104d529524ca9311c7bae5 | shasum -a 256