Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 mei 2015

Onder 4.7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 mei 2015

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 mei 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1663.

“2.3. De rechtbank stelt voorop dat aan de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of voor de toepassing van artikel 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) en artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (hierna: het IVBPR) gevallen als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen (vergelijk: EHRM 22 juni 1999, nr. 46757/99, zaak Della Ciaja/Italië, onder meer gepubliceerd in BNB 2002/398). Daarbij dient het oordeel van de wetgever te worden geëerbiedigd, tenzij dat van redelijke grond ontbloot is (vergelijk: EHRM 10 juni 2003, nr. 27793/95, zaak M.A. en anderen tegen Finland, onder meer gepubliceerd in V-N 2003/52.2).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c82682415f29e6698e1257d63f4f74a8c10a502d2796ee008b10daa40e70659. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c82682415f29e6698e1257d63f4f74a8c10a502d2796ee008b10daa40e70659, en de alinea staat in dat document op bytes 19042 tot 19997.