Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 januari 2015

Onder 3.9.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 januari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:259.

Voor zover HB Israël in haar pleitnota heeft verwezen naar haar bewijsaanbod bij memorie van grieven in de hoofdzaak: “al haar stellingen nader te bewijzen met gebruikmaking van alle middelen rechtens, in het bijzonder door het horen van getuigen”, geeft dit het hof niet een concreter zicht op het onderhavige verzoek. Dat HB Israël desgevraagd ter zitting nog heeft aangegeven dat de getuigen zouden moeten worden gehoord over de periode april-augustus 2010, te weten de aanloop naar het tekenen van de franchiseovereenkomst, en een daarbij een, niet nader in deze procedure aangeduide rol spelend, handgeschreven stuk, maakt de oordelen van het hof niet anders, omdat ook op deze punten in het geheel niet is toegelicht welke getuigen hierover kunnen worden gehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beac5fe71bc75d28d56f62b3dd0314718519f69dfc19f33442b7aed4b2c8362f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beac5fe71bc75d28d56f62b3dd0314718519f69dfc19f33442b7aed4b2c8362f, en de alinea staat in dat document op bytes 22107 tot 22897.