Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 februari 2015

Onder 12.13. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:428.

In rov. 9.15 van het tussenarrest van 15 april 2014 is het hof er voorshands vanuit gegaan dat, anders dan in de zaak Regiotaxi, in de onderneming van [appellante] geen sprake is geweest van een situatie dat de werknemers (waaronder [geïntimeerde] ) gedurende de gehele dag aan het verkeer deelnamen. In hetgeen door [appellante] daarover wordt gesteld ziet het hof een bevestiging van de juistheid van dat voorshandse oordeel. Anderzijds is het zeker niet zo dat het deelnemen aan het verkeer een uitzonderlijk onderdeel was van de door de werknemers van [appellante] te verrichten werkzaamheden, integendeel. Volgens [appellante] nemen werknemers in de automobielbranche regelmatig als bestuurder deel aan het verkeer. Het hof gaat voorbij aan de blote ontkenning daarvan door [geïntimeerde] , nu [geïntimeerde] de hierna genoemde, door [appellante] gegeven voorbeelden niet heeft betwist. [appellante] heeft de volgende voorbeelden gegeven: het verzorgen van proefritten voor kandidaat-kopers, het onderzoeken van defecten aan auto’s (waarbij dus wordt gereden met een defecte auto), haal- en brengservice ten behoeve van reparatieklanten, het bieden van hulp aan gestrande automobilisten door te rijden met een dienstwagen, een auto-ambulance of een oplegger. Het hof begrijpt de stellingen van [appellante] aldus, dat nu uit het onderzoek van prof. J.G.C. Kamphuisen blijkt dat voor taxichauffeurs het risico niet verzekerbaar was, dat zeker ook heeft te gelden voor de werknemers in de automobielbranche, omdat het bestuurdersrisico moeilijk (en wellicht zelfs nog moeilijker dan in de taxibranche) verzekerbaar is. Daartoe heeft [appellante] aangevoerd dat voor al deze bestuurdersactiviteiten kenmerkend is dat de aandacht van de bestuurder meestal niet volledig is gericht op het deelnemen aan het verkeer en dat de bestuurder niet vertrouwd is met het bestuurde motorvoertuig. Het hof kan niet uitsluiten dat [appellante] die stelling terecht heeft ingenomen, maar ziet thans onvoldoende aanleiding om die stelling zonder nader onderzoek door een deskundige voor waar aan te nemen. Daarin verschillen de werkzaamheden van werknemers in de automobielbranche te veel van die van werknemers in de taxibranche. Voorts is in dit verband van belang dat [appellante] wel degelijk een SVI had afgesloten op de peildatum. Dat doet de vraag rijzen waarom de dekking beperkt was tot fl. 5.000,-, en of [appellante] , juist omdat zij wel degelijk een SVI had afgesloten, geen aanleiding had moeten zien om een SVI met een hogere dekking af te sluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeec4902f49d0ba156e371f815c0442d422df9c8754ee4f5b63c946ba27faa01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeec4902f49d0ba156e371f815c0442d422df9c8754ee4f5b63c946ba27faa01, en de alinea staat in dat document op bytes 21518 tot 24086.