Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 februari 2015

Alinea 414 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:477.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat er ten tijde van de doorzoeking op grond van artikel 96c Sv van het pand gelegen op het adres [adres 1] te [plaats 2] alsmede ten tijde van het instellen van het gerechtelijk vooronderzoek een redelijk vermoeden bestond dat verdachte zich aan de in de schriftelijke vordering tot gerechtelijk vooronderzoek omschreven strafbare feiten had schuldig gemaakt. De omstandigheid dat de verdenking ter zake van overtreding van artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht nadien is vervallen, kan daaraan niet afdoen. De beoordeling van de vraag of op een zeker moment een verdenking redelijk was, dient immers te geschieden aan de hand van de op het moment van die verdenking bekende feiten en omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd726dda2bb6508d39f98bad2f1dea683d8ab529baec2b85c09bdde2362277e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd726dda2bb6508d39f98bad2f1dea683d8ab529baec2b85c09bdde2362277e4, en de alinea staat in dat document op bytes 88005 tot 88773.