Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2016

Alinea 133 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1121.

2014 ben ik met een andere vriend naar mijn auto gelopen die geparkeerd stond op de Looierstraat. Ik ben later weer richting de discotheek aan de Dorpsstraat gelopen. Ik zag dat een jongen op de grond lag. Ik hoorde van omstanders dat de ambulance onderweg was. Ik ben toen in de richting van de Galouppe gelopen. Toen ik op de Dorpsstraat was kwam ik [medeverdachte 3] , [verdachte] en [naam] en [medeverdachte 2] tegen. Zij vroegen toen hoe laat dat we naar huis gingen. [verdachte] heeft nog gezegd: “We moeten snel weg want ze zoeken ons.” Ik, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn toen in de auto gaan zitten en naar [woonplaats] gereden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbb9d39aa8776f0c3ce0c45ea3e84aeeb8655124d1996577685f05b6cbce5825. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbb9d39aa8776f0c3ce0c45ea3e84aeeb8655124d1996577685f05b6cbce5825, en de alinea staat in dat document op bytes 38818 tot 39484.