Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016

Onder 4.4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:14.

Voor zover belanghebbende met zijn stelling heeft bedoeld dat nimmer kan worden nageheven nadat het belastbare feit zich heeft voorgedaan, faalt deze stelling eveneens. De bevoegdheid tot het naheffen van de te weinig geheven of betaalde BPM vloeit immers voort uit artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Op grond van artikel 20, derde lid, AWR vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag pas door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar, waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggave is verleend. Uit het door belanghebbende aangehaalde arrest (Hoge Raad 28 juni 2013, nr. 12/00400, ECLI:NL:HR:2013:64), waarin in geschil was of naheffing ter zake van de registratie van een personenauto ook kan plaatsvinden vóór de registratie van die auto, kan evenmin worden afgeleid dat geen naheffingsaanslag kan worden opgelegd ná het belastbare feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e77af1c2c2cd9c343b93b77c282f7378e53cc08fc1c74305a8bb6bbe9e8332. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e77af1c2c2cd9c343b93b77c282f7378e53cc08fc1c74305a8bb6bbe9e8332, en de alinea staat in dat document op bytes 24257 tot 25198.