Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016
Onder 4.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:15.
Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende aannemelijk gemaakt dat niet kan worden uitgesloten dat de heffing ter zake van de auto hoger is dan het laagste restbedrag van de heffing dat is vervat in de waarde van gelijksoortige reeds op het nationale grondgebied geregistreerde tweedehands auto’s. Zo heeft belanghebbende ter zitting verklaard dat er niet altijd (meer) een CVO beschikbaar is op het moment waarop aangifte BPM moet worden gedaan. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat bij het ontbreken van een CVO geen meting in de zin van artikel 6a, aanhef en onder d. Uitv.reg. BPM kan worden afgedwongen. Hierdoor heeft een belastingplichtige, in een situatie waarin een CVO ontbreekt, als het ware de keuze om aangifte te doen tegen de daadwerkelijke uitstoot, zoals die door een meting wordt vastgesteld, of tegen de uitstoot die is opgenomen in artikel 9, elfde lid, Wet BPM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afbfea0f3a7b877db58df6f539e0673c2b017a046793754f1b18fd6d93a68271. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afbfea0f3a7b877db58df6f539e0673c2b017a046793754f1b18fd6d93a68271, en de alinea staat in dat document op bytes 17305 tot 18219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afbfea0f3a7b877db58df6f539e0673c2b017a046793754f1b18fd6d93a68271 | shasum -a 256