Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 april 2016

Onder 3.3.2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1512.

In het bestreden tussenvonnis van 9 juli 2014 heeft de kantonrechter, samengevat, het volgende overwogen. [geïntimeerde] is de fee over 2013 aan [appellant] verschuldigd indien [appellant] zijn verplichtingen voor het jaar 2013 die voortvloeien uit de overeenkomst is nagekomen. Het moet daarbij volgens de kantonrechter gaan om meer dan marginale prestaties. De kantonrechter heeft vervolgens [appellant] opgedragen te bewijzen dat hij in maart 2013 respectievelijk in april 2013 respectievelijk in mei 2013 adviezen aan [geïntimeerde] heeft gegeven met betrekking tot het assortiment zwemsport respectievelijk het assortiment squash respectievelijk een webshop, alsmede dat [appellant] in 2013 maandelijks, althans regelmatig, adviesgesprekken met [geïntimeerde] heeft gevoerd met betrekking tot zaken zoals merken, inkoopbeleid, winkelinrichting, gesprekken met hockeyclubs en voetbalclubs, en schoolkleding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/910761eb15204aaa7c7534c6aff714a3bfee37a52fb5e321050f1570a394cb73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 910761eb15204aaa7c7534c6aff714a3bfee37a52fb5e321050f1570a394cb73, en de alinea staat in dat document op bytes 13794 tot 14721.