Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016
Alinea 137 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1695.
Overlijdensschade bestaat uit de kosten van lijkbezorging. Dat zijn de kosten voor de handelingen die in een rechtstreeks verband staan met het geven van een eindbestemming - het begraven of het cremeren - van de overledene. Anders dan de rechtbank meent, is noch vereist dat die kosten ook in een rechtstreeks verband tot het strafbare feit staan, noch dat die kosten zijn gemaakt door “directe nabestaanden […] als het geval is in ouder-/broer-/zus- of kindrelatie” . Uit artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), in samenhang met artikel 6:108, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), blijkt immers dat het gaat om kosten die, naar hun aard, juist geen rechtstreekse schade betreffen en die desondanks kunnen worden gevorderd door eenieder te wiens lasten zij zijn gekomen. Inhoudelijk moet worden bezien in hoeverre de kosten in een rechtstreeks verband staan met het begraven of cremeren van het overleden slachtoffer en in hoeverre die kosten kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten die in overeenstemming zijn met de omstandigheden van het slachtoffer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad, en de alinea staat in dat document op bytes 70090 tot 71252.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad | shasum -a 256