Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016

Alinea 44 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1695.

Twee dagen later heeft zij voorts in het een nader getuigenverhoor het volgende verklaard: “De vrouw […] had haar knieën opgetrokken alsof ze zich aan het beschermen was. […] Haar armen […] had ze opgetrokken voor haar borst. […] De man […] heb ik […] niet zien veranderen van plaats. Het was een beweging die meerdere malen herhaald werd door de man. […] Ik zag […] dat […] hij […] voorovergebogen [stond], boven haar lijf. […] Ik kan mij herinneren dat het mes opvallend gekarteld was en een zwart lemmet had. Het leek wel een zaag. […] Ik [heb] […] geroepen en gegild. […] Hij reageerde totaal niet. Hij zat er zo in waar die mee bezig was. Mijn bedoeling was ook om zijn aandacht te vragen, zodat hij zou stoppen, maar [hij] reageerde totaal niet. Hij was echt gefocust op datgeen hij aan het doen was. […] Die vrouw […] had totaal geen kans om daar weg te komen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad, en de alinea staat in dat document op bytes 18248 tot 19313.