Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016

Alinea 64 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1695.

De verdachte is op 10 september 2013, omstreeks 18:43 uur, aangehouden op verdenking van moord. Die aanhouding vond plaats in de (kamer)woning van [I] , een vriend van de verdachte. [I] kende de verdachte op dat moment al ongeveer 15 jaar. Zij zagen elkaar bijna dagelijks. Sinds een week verbleef de verdachte bij [I] . Deze [I] heeft op 14 september 2013 ten overstaan van de politie het volgende verklaard: “ [de verdachte] […] had verkering met een meisje [dat] [S] heette en in Den Bosch woonde. […] Hij was […] gelukkig met haar […], totdat [de verdachte] […] een brief kreeg. Deze brief was afkomstig van [S] . Daarin stond letterlijk: ‘Hierbij verklaar ik, [S] , met rust gelaten te willen worden door [de verdachte] […].’[…] [de verdachte] was gebroken […]. Vijf dagen voordat hij werd aangehouden door de politie, [heeft [de verdachte] ] aan me gevraagd: ‘Denk jij dat ik in staat ben om iemand te vermoorden?’ […]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc93395d39f49045a1d9e693cbc968d00b0bda9700127ecaaeb35280342fc4ad, en de alinea staat in dat document op bytes 33517 tot 34773.