Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Onder 9.5.1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1741.

Het hof verwijst naar het antwoord van de deskundige op vragen 1. en 3. Kort gezegd komt dit erop neer dat ook destijds een redelijk bekwaam redelijk handelend arts, bekend met neurologie, in een situatie als de onderhavige bedacht had moeten zijn op het bestaan van een nog onbekend caudasyndroom. Zodra die verdenking bestaat, moet dit door onderzoek worden aangetoond of afgewezen. Er waren wel aanwijzingen voor het bestaan van een caudasyndroom (namelijk de plotselinge, hevige verergering van pijn zoals door [appellante] is gesteld en de gevoelloosheid in een deel van haar been), maar uit de door [huisarts 3] genoteerde gegevens bleek dat niet, terwijl de opmerking van [appellante] aangaande gevoelloosheid in de schaamstreek de verdenking van een caudasyndroom wel had moeten wekken. Onderzoek van anus en sfincterspanning had daarbij uitgevoerd moeten worden, evenals controle van het residu door een bladderscan of nacatheterisatie. Dat is niet gebeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/345eadff190813e2add49e7b6ca68fbad63fd58e5c737dc7b8dc06ae3709cdab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 345eadff190813e2add49e7b6ca68fbad63fd58e5c737dc7b8dc06ae3709cdab, en de alinea staat in dat document op bytes 22906 tot 23885.