Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Onder 3.5.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1746.

De vraag of de mededeling van de cessie bij brieven van 9 december 2013 en 24 maart 2014 voldoet aan het bepaalde in artikel 3:94 lid 1 BW kan onbeantwoord blijven omdat een mededeling van de cessie begrepen kan worden geacht in de processtukken in hoger beroep. Het verweer van [geïntimeerde] op dit punt wordt verworpen. Dat geldt ook voor haar verweer dat zij de brieven niet heeft ontvangen. Aan het mededelingsvereiste van artikel 3:94 lid 1 BW is immers in ieder geval voldaan op het moment dat de memorie van grieven met producties aan [geïntimeerde] ter kennis werd gebracht. Voor het hof staat thans vast dat Voorschotbank haar vordering op [geïntimeerde] op rechtsgeldige wijze aan Hoist heeft gecedeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/498d71d24f72a30375279d7a84ea7251dab250f50cc4e72de4af916e7440b2c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 498d71d24f72a30375279d7a84ea7251dab250f50cc4e72de4af916e7440b2c6, en de alinea staat in dat document op bytes 18277 tot 19007.