Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Onder 3.5.10. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1746.

De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is welke vergoeding [geïntimeerde] aan Hoist dient te betalen over dit per 17 juli 2012 door haar verschuldigde bedrag van € 8.675,24. Hoist heeft primair vertragingsvergoeding gevorderd over het opgeëiste saldo. Met grief 2 stelt Hoist zich kort gezegd op het standpunt dat zij op grond van het bepaalde in artikel 2 van de algemene voorwaarden van Voorschotbank gerechtigd is om ook na opeising aanspraak te blijven maken op een kredietvergoeding over het saldo onder de naam vertragingsvergoeding. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst Hoist naar een uitspraak van dit hof van 23 april 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8973.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/498d71d24f72a30375279d7a84ea7251dab250f50cc4e72de4af916e7440b2c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 498d71d24f72a30375279d7a84ea7251dab250f50cc4e72de4af916e7440b2c6, en de alinea staat in dat document op bytes 23049 tot 23745.