Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Onder 3.5.12. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1746.

Voor die situatie heeft de kredietgever de mogelijkheid om op de voet van artikel 6:119 lid 3 BW in verbinding met artikel 34 onder b Wck (oud) te bedingen dat, indien na algehele opeising niet prompt wordt betaald, tot de dag der daadwerkelijke betaling een vertragingsvergoeding verschuldigd wordt die even hoog is als de kredietvergoeding die verschuldigd zou zijn bij regelmatige afwikkeling van de overeenkomst (vgl. hof 's-Hertogenbosch 4 december 1995, ECLI:NL:GHSHE:1995:AB8970).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/498d71d24f72a30375279d7a84ea7251dab250f50cc4e72de4af916e7440b2c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 498d71d24f72a30375279d7a84ea7251dab250f50cc4e72de4af916e7440b2c6, en de alinea staat in dat document op bytes 25227 tot 25727.