Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Onder 3.6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1766.

Het hof is van oordeel dat deze overwegingen van de Hoge Raad in dit geval toepassing missen. Om recht te hebben op loon moest [appellant] bereid én beschikbaar zijn om de bedongen arbeid te verrichten. [appellant] stelt wel dat hij die bereidheid had, maar dat is gemotiveerd door [geïntimeerde] betwist. [appellant] heeft geen bewijs aangeboden. Dat heeft tot gevolg dat het hof er niet vanuit kan gaan dat [appellant] bereid was de bedongen arbeid te verrichten. Overigens heeft [appellant] niet gesteld dat hij bereid was de bedongen arbeid te verrichten, maar dat hij bereid was passende arbeid te verrichten. Waarom [geïntimeerde] hem daartoe in de gelegenheid had moeten stellen, is het hof niet duidelijk. [appellant] heeft niets gesteld waaruit volgt dat [geïntimeerde] die verplichting daartoe had op grond van artikel 7:658a BW. [appellant] heeft ook niets gesteld waaruit kan worden afgeleid op welke andere grond [geïntimeerde] een zodanige verplichting had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa8f2f0d62a1aa00c9f3779f5f68868c04cbb315e443fa8f56a4e222aff76c53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa8f2f0d62a1aa00c9f3779f5f68868c04cbb315e443fa8f56a4e222aff76c53, en de alinea staat in dat document op bytes 17724 tot 18783.