Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2016

Onder 3.9. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1957.

Voorop wordt gesteld dat in hoger beroep niet beslissend is of in eerste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang is aangenomen. Het gaat erom of ten tijde van de uitspraak in hoger beroep een spoedeisend belang aanwezig is. Naar het oordeel van het hof is dat het geval. Vast staat dat de door [International] uitgesproken bereidheid om met [Designs] een regeling over (opschorting van) de executie van de octrooiaanvragen te treffen, (nog) niet tot overeenstemming daarover tussen partijen heeft geleid. Daarnaast is van belang dat [International] zich tijdens de pleidooizitting uitdrukkelijk het recht heeft voorbehouden om nadere beslagen te leggen indien zij “geld vindt” en is door [Designs] onweersproken gesteld dat [International] (voor de vierde keer) op basis van het verstekvonnis het faillissement van [Designs] heeft aangevraagd als gevolg waarvan een behandeling van het faillissementsverzoek staat gepland voor de zitting van 3 mei aanstaande. Het spoedeisend belang vloeit dan ook voort uit de aard van de vordering van [Designs] en uit de hiervoor genoemde omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa172a40547c7645575ab1ab0bf07eb68fa89f3332f01f8096cd6c89bd4c456. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa172a40547c7645575ab1ab0bf07eb68fa89f3332f01f8096cd6c89bd4c456, en de alinea staat in dat document op bytes 21451 tot 22568.