Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2016
Onder 3.12. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1957.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 22 april 1983 (ECLI:NL:HR:1983:AG4575, NJ 1984/145) volgt dat in een executiegeschil zoals het onderhavige de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts kan schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de tenuitvoerlegging zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caa172a40547c7645575ab1ab0bf07eb68fa89f3332f01f8096cd6c89bd4c456. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caa172a40547c7645575ab1ab0bf07eb68fa89f3332f01f8096cd6c89bd4c456, en de alinea staat in dat document op bytes 24559 tot 25463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caa172a40547c7645575ab1ab0bf07eb68fa89f3332f01f8096cd6c89bd4c456 | shasum -a 256