Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 juni 2016

Onder 7.8.11. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 juni 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2294.

Naar aanleiding van de stelling van de Fondsen dat sprake is geweest van stuitingshandelingen oordeelde de kantonrechter dat van een daad van rechtsvervolging of schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de Fondsen ondubbelzinnig hun rechten hebben voorbehouden of van een ondubbelzinnige erkenning aan de zijde van [geïntimeerden] niet is gebleken. De kantonrechter concludeerde dat het beroep van [geïntimeerden] op verjaring slaagt, zodat de in rechtsoverweging 7.8.2 genoemde vorderingen en de vordering tot terugbetaling van het bedrag van € 142.470,29, voor zover zij zien op de periode tot en met 2007 voor afwijzing gereed liggen (zie r.o. 4.3.7 van het bestreden vonnis). Grief 3 is tegen dit oordeel gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cf2ddd34247f29047972b28c979dc033df556b41c54aa5c1fdcb3a3ce747423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cf2ddd34247f29047972b28c979dc033df556b41c54aa5c1fdcb3a3ce747423, en de alinea staat in dat document op bytes 38530 tot 39286.