Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 februari 2016

Alinea 39 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:256.

Op 23 september 2014 is de verdachte, op zijn verzoek, door de raadsheer-commissaris gehoord over de gebeurtenissen op 3 mei 2011. Hij heeft toen verklaard dat díe verklaring bij de raadsheer-commissaris, de waarheid betreft, en niet de eerdere verklaringen waarin hij soms dingen heeft gelogen of verzwegen. In de kern heeft verdachte verklaard dat hij is aangevallen door de drie personen in de woning ( [getuige 1] , [getuige 2] en [slachtoffer] ), die hem met iets scherps (van alle kanten) hebben gestoken en hem hebben getrapt. Het was [slachtoffer] die een mes had, aldus de verdachte, waarbij de verdachte de hand met het mes (van [slachtoffer] ) heeft vastgehouden, terwijl [slachtoffer] diens andere arm om de nek van verdachte heeft gedaan. Intussen heeft [getuige 1] de verdachte op zijn hoofd geslagen. Over hoe het slachtoffer aan zijn verwondingen is gekomen, heeft verdachte niet verklaard. Hij heeft verklaard dat het slachtoffer en hij elkaar loslieten toen verdachte merkte dat er bloed (van [slachtoffer] ) over zijn gezicht liep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9234cdb711d523cdecc56095a4faf141cc598bc39e166eae37371f483acdbfc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9234cdb711d523cdecc56095a4faf141cc598bc39e166eae37371f483acdbfc2, en de alinea staat in dat document op bytes 17715 tot 18780.