Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016

Onder 8.2.3 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2609.

“De stukken die ik bij mij heb zijn de oproep en het arrest. Verder moet ik uit mijn geheugen putten. Ik ben in deze zaak betrokken geweest als belastingadviseur. Ik was lid van de maatschap [maatschap] . Mr. [advocaat] , advocaat en adviseur van [logistics 1] vroeg mij er naar te kijken. Er was overeenstemming tussen [logistics 1] en [holding] over de waarde van de vervoerscontracten. Ik heb gelezen dat het gaat om twee vervoerscontracten maar dat wist ik niet; er zouden vervoerscontracten worden ingebracht. (…) Ik heb de contracten niet gewaardeerd en ze ook niet gezien. [advocaat] heeft mij ingeschakeld, mijn kantoor heeft voorstell[en] geformuleerd en naar beide partijen gezonden. Uiteindelijk is daar een voor partijen gewenste structuur uitgekomen. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1ea2e1fb6b8b3923f14535446aa5acce277d9be8a0bf16ff4c65d2fe3ade9e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1ea2e1fb6b8b3923f14535446aa5acce277d9be8a0bf16ff4c65d2fe3ade9e2, en de alinea staat in dat document op bytes 15893 tot 16740.