Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016

Onder 8.3.2 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2609.

Op grond van het voorgaande en met inachtneming van het feit dat naar aanleiding van de bewijsopdracht geen tegenbewijsmiddelen zijn ingebracht, komt het hof tot het oordeel dat [holding] Holding is geslaagd in haar bewijsopdracht dat de genoemde vervoerscontracten ter waarde van € 1.300.000,- niet hebben bestaan en/of niet zijn ingebracht. Daarmee staat vast dat er sprake is geweest van bedrog in de zin van art. 3:44 lid 3 BW bij de totstandkoming van de rechtshandelingen die hebben geleid tot participatie van [holding] Holding in BBII. [holding] Holding heeft op grond van dat bedrog onder meer de leenovereenkomst op grond waarvan BBII haar vordering heeft ingesteld buitengerechtelijk vernietigd. Deze vernietiging is niet door BBII bestreden, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Dit betekent dat de grondslag aan het door BBII in eerste aanleg gevorderde ontbrak en haar vordering daarom had moeten worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1ea2e1fb6b8b3923f14535446aa5acce277d9be8a0bf16ff4c65d2fe3ade9e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1ea2e1fb6b8b3923f14535446aa5acce277d9be8a0bf16ff4c65d2fe3ade9e2, en de alinea staat in dat document op bytes 24363 tot 25306.