Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016

Onder 6.2.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 juni 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2639.

Dat partijen in dit geval redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst de zin mochten toekennen die [appellant] nu bepleit of dat [appellant] dat redelijkerwijs mocht verwachten, is echter naar het oordeel van het hof niet, althans onvoldoende door [appellant] onderbouwd. Dit klemt te meer nu vaststaat dat [appellant] de overeenkomst heeft opgesteld en partijen volgens hem hebben onderhandeld over het punt van de kostenspreiding. [geïntimeerde] heeft terecht aangevoerd dat indien partijen die kostenspreiding overeen zouden zijn gekomen, het voor de hand had gelegen dat [appellant] dat uitdrukkelijk in de overeenkomst had opgenomen. Ook indien [appellant] toch die bedoeling met de overeenkomst zou hebben gehad, heeft hij onvoldoende gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat ook [geïntimeerde] die bedoeling had c.q. dat [appellant] redelijkerwijs mocht verwachten dat ook [geïntimeerde] zo’n regeling voorstond. Daar komt bij dat, zoals ook de kantonrechter heeft overwogen, een fee van 5% van de jaaromzet niet zodanig is dat dáárin een aanknopingspunt zou kunnen worden gevonden voor de door [appellant] bepleite uitleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fa3a0a31aef113a7df2c55bf96ccd601cb2263d0577825a77b698b41e532bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fa3a0a31aef113a7df2c55bf96ccd601cb2263d0577825a77b698b41e532bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 14060 tot 15226.