Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016

Onder 4.8 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:388.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en de grondslagen van de vorderingen van [erflater] , zijn in dit appel in elk geval de artikelen 3:45 lid 2, 46, lid 1 aanhef en sub 1 en 47 BW van belang. In verband met art. 3:45 lid 2 BW zal moeten worden vastgesteld of [geïntimeerde] c.s. wisten of behoorden te weten dat van het stelsel van rechtshandelingen als hier aan de orde is (of eventueel een specifieke rechtshandeling) benadeling van [erflater] het gevolg zou zijn. De artikelen 3:46 lid 1 aanhef en sub 1 en 3:47 BW zijn van belang omdat [erflater] daarop een beroep heeft gedaan, waarbij hij heeft gesteld dat de rechtshandeling en/of het stelsel van rechtshandelingen waarvan hij de nietigheid heeft ingeroepen, een rechtshandeling/rechtshandelingen om niet betrof/betroffen. Dit betekent dat het hof in elk geval onderzoek dient te doen naar de waarde van [Erfgoedpark] ten tijde van de onderhavige rechtshandelingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285a3dfde1c0d18995a2a78523bb734ac32f247633e9a9374b3a11f19cdaee9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285a3dfde1c0d18995a2a78523bb734ac32f247633e9a9374b3a11f19cdaee9c, en de alinea staat in dat document op bytes 49406 tot 50348.