Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016
Onder 4.11 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:388.
Conform HR 19 oktober 2001, NJ 2001, 654 moet de vraag of benadeling aanwezig is op het moment waarop de rechter over de vordering beslist, worden beantwoord door de hypothetische situatie waarin [erflater] zou hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling te vergelijken met de situatie waarin hij feitelijk verkeert als die handeling onaangetast blijft (zo ook de memorie van grieven nr. 31).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/285a3dfde1c0d18995a2a78523bb734ac32f247633e9a9374b3a11f19cdaee9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 285a3dfde1c0d18995a2a78523bb734ac32f247633e9a9374b3a11f19cdaee9c, en de alinea staat in dat document op bytes 58178 tot 58592.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/285a3dfde1c0d18995a2a78523bb734ac32f247633e9a9374b3a11f19cdaee9c | shasum -a 256