Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 september 2016
Onder 3.6.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 september 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4036.
Met betrekking tot de stelling dat CPC een aanzienlijk deel van de gelden niet heeft aangewend ten behoeve van het Project doordat [directeur GolfOne c.s.] deze gelden te eigen behoeve aan CPC heeft onttrokken en het verwijt aan TMF Management dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op het beheer en de besteding van de ingelegde gelden, geldt eveneens dat [appellanten] , gelet op de omstandigheid dat [directeur GolfOne c.s.] de initiator van het Project was en op de omstandigheid dat [directeur GolfOne c.s.] zelfstandig bevoegd was om over de gelden te beschikken, onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat TMF Management heeft geweten of redelijkerwijs heeft behoren te weten dat [directeur GolfOne c.s.] onrechtmatig gelden aan CPC onttrok en dat [appellanten] daardoor zouden worden benadeeld. Aan de door [appellanten] gestelde omstandigheid dat aan TMF Management gelieerde vennootschappen beheerstaken en andere belangrijke functies in het project op zich hadden genomen en dat TMF Management deel uitmaakte van de TMF Groep, een gerenommeerd Nederlands Trustbedrijf – waarover hierna meer – komt voor het handelen van TMF Management als bestuurder geen relevantie toe. Naar het hof Amsterdam in zijn arrest van 4 november 2008 (r.o. 4.5) al overwoog, is er voor vereenzelviging van de TMF vennootschappen geen grond. Indien en voor zover andere TMF vennootschappen bij het Project betrokken zijn geweest, is daarin nog geen grond gelegen om aan de taakvervulling van TMF Management als bestuurder en haar handelen of nalaten namens de door haar bestuurde vennootschappen jegens derden andere en/of zwaardere eisen te stellen dan aan een andere bestuurder in die positie zouden mogen worden gesteld. In het arrest van 4 november 2008 heeft het hof Amsterdam bovendien (r.o. 4.19.2 en r.o. 4.19.3) de stelling van [appellanten] verworpen dat de kopers van aandelen DR Management aan het feit dat TMF Management de aandeelbewijzen aan hen verstuurde, het vertrouwen mochten ontlenen dat TMF (BVI) de inleg van de aandeelhouders DR Marketing in beheer zou nemen. Het hof Amsterdam overwoog verder dat uit de prospectussen niet bleek dat TMF Nederland of TMF (BVI) de inleg van de DR Marketing aandeelhouders zou beheren. Het tegen die oordelen aangevoerde cassatiemiddel is door de Hoge Raad in zijn arrest van 17 december 2010 verworpen (r.o. 4.5). Overigens kan naar het oordeel van het hof met de verwerping van de onderdelen 7 en 8 van het cassatiemiddel van [appellanten] voormeld verwijt in het geding na verwijzing niet meer ter beoordeling staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57264ede71447209383af5427846c7f070187343b1e859a96199d9289ee63349. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57264ede71447209383af5427846c7f070187343b1e859a96199d9289ee63349, en de alinea staat in dat document op bytes 43306 tot 45941.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57264ede71447209383af5427846c7f070187343b1e859a96199d9289ee63349 | shasum -a 256